Kwadraat Verbreding


Verbreding binnen de eigen school
Een school die zichzelf kwadraatschool mag noemen heeft de mogelijkheid om het programma voor hoogbegaafde leerlingen uit te breiden. Het doel hiervan is het realiseren van een onderwijsomgeving die functioneert als een katalysator van de bekwaamheden/mogelijkheden van de (hoog)begaafde leerling . Scholen zijn vrij om binnen de eigen mogelijkheden een keuze te maken uit de verschillende mogelijkheden als uitbreiding van het basisaanbod (verdiepen, verbreden en compacten).

Verantwoording
Uit een  onderzoek van de Radbout Universiteit  over de effectiviteit van “Onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde leerlingen” blijkt het volgende:
- speciale leerarrangementen voor (hoog)begaafde leerlingen hebben een positief effect op de prestaties van de leerlingen;
- er is geen specifiek leerarrangement dat voor elke leerling de meest effectieve vorm is om te voldoen aan de doelstelling van het kwadraatprogramma: optimale ontwikkelingskansen. Er is in ieder geval nog onvoldoende wetenschappelijk onderzoek om aan te geven “what intervention works best with what type of gifted learner at what stage of development” ;
- het zelfconcept van de kinderen kan negatief beïnvloed worden door deelname aan speciale leerarrangementen (dacht de leerling eerst overal de beste in te zijn, kan deelname aan een speciaal programma leiden tot een lager, wellicht reëler zelfconcept).

Los van de positieve effecten die uit het bovenstaande onderzoek blijken, is het van groot belang voor het kind (en zijn ouders) dat zijn specifieke ontwikkelingsbehoefte wordt herkend en erkend. Belangrijk doel hierbij is natuurlijk om onderpresteren te voorkomen.
Jan Kuipers zegt hierover in een artikel voor Pulseprimair:
“Als ze op een verkeerde manier benaderd worden, kunnen ze zich erg ongelukkig en geïsoleerd voelen.” Verveling, perfectionisme (inclusief faalangst), onzekerheid en hyperactiviteit zijn veelgehoorde problemen. Uit onderzoek blijkt ook dat ze dikwijls te maken hebben met psychosociale problemen, zoals gepest worden op school, eenzaamheid, overgevoeligheid en een zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling.
In onderlinge samenhang kunnen deze factoren gemakkelijk leiden tot onderpresteren. Kuipers: “Onderpresteren lijkt daarmee één van de meest raadselachtige en frustrerende problemen van hoogbegaafde leerlingen. Het lijkt wel of ze twee gezichten hebben. Op sommige momenten zie je de onbegrensde mogelijkheden, een briljante opmerking, een goed doordachte visie, maar daarna is het voorbij en wordt er een muur van apathie en onverschilligheid opgetrokken.”
Niet alleen voor het kind is onderpresteren een grote frustratie, ook voor ouders en leerkrachten is onderpresteren vaak een lastig en moeilijk te hanteren probleem. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak twee gezichten. Ze zitten vol passie en zitten als de juiste snaar geraakt wordt op het puntje van hun stoel. Anderzijds kunnen ze ook zeer lusteloos en doelloos gedrag vertonen en zijn ze soms tegendraads en onbenaderbaar, of juist volledig aangepast en daardoor onzichtbaar.
Kuipers stelt onomwonden dat in het basisonderwijs onderpresteren het gevolg is van een ontoereikend lesaanbod gecombineerd met een te laag ambitieniveau van de ouders en de leerkrachten. Kuipers: “In de VS en de Aziatisch landen ligt de lat veel hoger. Een topprestatie leveren is daar de normaalste zaak van de wereld. In Nederland, maar ook in de rest van Europa, zie je zelden dat een school er prat op gaat dat ze het maximale van leerkracht en leerlingen vragen".


Uitwerking binnen Kwadraat
a. Versnellen
Leerlingen kunnen sneller het traditionele onderwijssysteem doorlopen. De leerstof kan worden “ ingedikt” (ge”compact”) en er kan leerstof aangeboden worden uit één of meer hogere groepen. Uit de literatuur zijn 17 vormen van versnelling bekend, uiteenlopend van vervroegd naar de kleuterschool, tot versnelling van een vak of vervroegd naar de middelbare school .
b. Verrijken
Leerlingen krijgen extra educatieve ervaringen aangeboden, zonder dat een leerling in een hoger schooljaar geplaatst wordt. Hierbij wordt rijker en meer gevarieerd leermateriaal aangeboden.
c. Plusklassen
Leerlingen werken het grootste gedeelte van de week in de eigen groep, maar voor een deel van het weekprogramma werken ze in een speciale groep met andere meerbegaafde leerlingen. In deze speciale groep kan de leraar beter tegemoet komen aan  de specifieke behoeften van deze leerlingen. Een ander voordeel van deze werkwijze is dat de leerlingen een deel van de week met ontwikkelingsgelijken werken. De duur kan variëren van enkele uren per week tot 1 of  meerdere dagdelen.
Binnen Kwadraat komen de volgende vormen voor:
- plusgroep voor  jonge kinderen  met een ontwikkelingsvoorsprong (Kwadraat junior);
- plusgroep voor  meerbegaafde leerlingen vanaf groep 4;
- bovenschoolse plusgroep voor  meerbegaafde kinderen;
- bovenschoolse plusgroep voor (geïdentificeerde) hoogbegaafde kinderen;
- plusgroep voor  meerbegaafde leerlingen in de bovenbouw i.s.m. het Voortgezet Onderwijs.

Werkwijze
Via het leerlingvolgsysteem worden ook kinderen gesignaleerd die in één of meerdere leerstofonderdelen uitblinken. Bij de keuze van methodes wordt ook rekening gehouden met de behoeften van deze cognitief meer begaafde kinderen. Deze leerlingen krijgen in hun eigen groep extra leerstof om zich in te verdiepen en/of een apart programma zodat ze in eigen tempo bepaalde leerstof doorwerken.
Naast hun eigen groep kunnen deze leerlingen geplaatst worden in een verbredinggroep.
Kernwoorden voor deze groep zijn: verbreding, verdieping, uitdaging, samenwerking creativiteit en een zelfstandige werkhouding. In een beleidsplan hebben we de kaders vastgelegd.
Leerlingen die in aanmerking komen voor de Verbredinggroep worden aangemeld bij de Intern Begeleider, na signalering door de leerkracht en in overleg met de ouder.